Het lijkt wel een nieuwe toeristische attractie, het tot de verbeelding sprekende dierenspookhuis op de Dam. Toch kwamen de nieuwsgierige toeristen gisteren terug van een koude kermis, want binnen zijn er geen varkenszombies, maar wordt er een film getoond met varkensflats.
De oplegger die is omgetoverd tot dierenspookhuis geeft het idee dat er een paar varkentjes met lichtgevende ogen op je af zullen stormen zodra je het waagt om binnen te treden. „How much?”, vraagt een toerist aan een van de dames die bij het spookhuis staat. Als ze uitlegt dat ze van de Partij voor de Dieren is en dat het spookhuis dient om mensen bewust te maken van dierenleed, loopt de man snel door.
„Mensen zien enerzijds dieren als hun grote vriend, maar ook heel veel dieren worden behandeld als een ding. Dit zijn de vergeten dieren in bijvoorbeeld megastallen. Dat zijn er zo’n half miljard”, legt Lammert van Raan uit, duoraadslid in Amsterdam van de Partij voor de Dieren. „Onze partij wil op dierendag ook bij deze dieren even stilstaan.” Om ervoor te zorgen dat níemand daar onderuit komt, krijgt iedereen die het spookhuis betreedt een stempel met ‘denk aan ons’ op zijn hand gedrukt.
Binnen is een klein bioscoopje ingericht, met op het grote scherm een documentaire volgestopt met vreselijke beelden van varkens, kippen en koeien in megastallen. Op het einde komt er nog een schattig zeehondje voorbij, maar helaas, ook die wordt doodgeknuppeld.
„Het is een beetje extreem opgezet”, zegt Jan Hendriks (55) die toevallig langskomt en de film zojuist heeft gezien. „Maar ik eet vanavond gewoon mijn karbonaadje hoor!”
De zestienjarige scholier Sven Trommelen komt teleurgesteld naar buiten. „Ik had beesten verwacht die me lieten schrikken. Ik heb me direct omgedraaid toen ik binnenkwam. Ik heb echt geen zin om naar varkens te kijken die in een vrachtwagen worden gepropt”, zucht hij.
Toch is niet iedereen gedesillusioneerd. De zestienjarige Tsering uit Japan, die twee minuten binnen is geweest, vond het geweldig. „Kip leuk!” roept ze vrolijk. Dat ze met honderden bijeen worden gezet en op de dood staan te wachten had ze blijkbaar niet zo in de gaten. „Veel kip leuk! En koe ook leuk!” Met een opgestoken duim verlaat ze het dierenspookhuis.