Rita Verdonk ziet geen rol meer voor haarzelf bij Trots op Nederland. Ze kijkt terug op acht jaar politiek en werkt aan een boek over haar leven. „Ik heb deuren geopend.”
Hollandser kan bijna niet: afspreken in een Van der Valk. Verdonk heeft er een eigen tafel, vertelt ze vooraf. „Ja, mevrouw Verdonk zit altijd daar”, weet de eerste ober die we aanspreken. Vrolijk verschijnt ze even later aan haar tafel voor een gesprek over iets wat haar zwaar valt: haar vertrek. Toch lijkt er een last van haar schouders gevallen.
Morgen neemt u afscheid van uw eigen Trots op Nederland. Wat gaat er gebeuren op die vergadering?
„Ik zie daar wel heel erg tegen op. Ik hou daar mijn afscheidsspeech en ’s middags gaan de mensen kijken: hoe gaan we nu verder? En ik hoop van harte dat ze bereiken wat ik altijd heb gezegd: Trots is meer dan Rita Verdonk.”
Terugkijkend op die acht jaar, waar bent u dan het meest trots op?
„Dat er een aantal dingen echt is veranderd in Nederland. Ik zei als minister: ‘Als je wil slagen in Nederland, dan moet je Nederlands spreken’. Nou, ik werd er om verguisd. En nu? Iedereen zegt het! Dat zie ik als een persoonlijke overwinning. Als ik hoor wat de PvdA nu zegt, denk ik: ‘Die hebben goed geluisterd, maar had dat niet een paar jaar eerder gekund? Dan waren we heel wat verder geweest’. Zo zijn er een aantal deuren geopend, door steeds maar weer het debat aan te gaan. Maar dat was geen gemakkelijke weg.”
U heeft als minister heel wat naar uw hoofd geslingerd gekregen, maar bent toch doorgegaan. Denkt u dat minister Leers dat ook kan?
„Nee, hij is slecht begonnen. Hij heeft voor Sahar toen die beleidswijziging gemaakt zodat Afghaanse meisjes mogen blijven. Daar komen heel veel discriminatiezaken uit voort, want al die asieladvocaten wrijven in hun handen. Die denken: ‘Dat is geld’. En dan komt er een tweede: Mauro, die is niet te vergelijken hoor, als je er wat vanaf weet, maar voor de buitenwacht wel. Die denken: ‘Waarom Sahar wel en Mauro niet?’ Dat is niet uit te leggen en als je eenmaal zo’n precedent hebt…”
Wat heeft Leers fout gedaan?
„Hij heeft die beleidswijziging doorgevoerd, dat heeft hij gewoon fout gedaan. En hij blijft maar net doen alsof migratie heel positief is. Nou, dat kun je in je hart wel vinden, maar misschien moet je dat als minister niet zeggen. Als burgermeester in Maastricht was Leers heel anders. Hij heeft nooit meegewerkt aan uitzettingen. Mensen voelen die tegenstrijdigheid. Ze voelen dat hij niet authentiek is, dat hij eigenlijk iets anders wil dan dat hij nu moet uitvoeren. Hij had zich nooit voor dat karretje moeten laten spannen.”
Wat betekent het als een zaak als die van Mauro in de schijnwerpers komt te staan?
„Dat is heel naar. Iedereen kijkt mee en iedereen heeft een oordeel, terwijl ze niet weten waar het over gaat. Mensen kennen het beleid voor jonge asielzoekers vaak niet. Ik had mijn discretionaire bevoegdheid ook nooit gebruikt voor Mauro. Er is gewoon niks schrijnends aan, iedereen wist dat hij terug moest. Zijn pleegouders wisten het ook.”
Er moet voor u toch ook wel eens een dossier zijn geweest waar u slapeloze nachten van kreeg?
„Ik kan dingen van me afzetten. Ik heb natuurlijk een aparte carrière gehad. Ik kom uit de bajeswereld, daar heb ik gewerkt met gedetineerden. Ik ben directeur Staatsveiligheid geweest bij de AIVD. Ik ben nuchter. Maar ik vond het niet eerlijk om mijn ambtenaren de schrijnende gevallen alleen te laten doen. Als je als minister een heel helder beleid voert, horen daar ook uitzonderingen bij. Er zijn gewoon mensen die zoveel ellende meemaken, die kun je niet meer terugsturen. En dan zat ik weer ‘s avonds thuis, met die grote tassen met beleidsstukken, met daartussen de schrijnende gevallen. Iedere dag.”
Kon u die zaken thuis bespreken?
„Ik besprak het niet met mijn man. Wel achteraf: ‘Nou, ik had van de week toch zo’n nare zaak, zo akelig wat die mensen hebben meegemaakt’. Maar nooit op dat moment, ik zat altijd apart aan mijn bureau. Dan sta je uiteindelijk alleen. Weet je wanneer ik voelde hoe zwaar het was? Toen ik geen minister meer was. Dat voelde alsof er honderd kilo van mijn rug viel.”
Op welk moment dacht u: voor mij is het mooi geweest?
„Het was niet een moment. Het was een proces. Lokale afdelingen die overstappen naar andere partijen, dat doet je pijn, dat kost je energie. Ik kreeg veel negatieve pers. Als er nu een links kabinet was, dan hadden we een punt kunnen maken.”
Maar er is een moment dat u de knoop heeft doorgehakt.
„Weet je wat daar achteraf belangrijk bij is geweest? Dat is de reis die ik heb gemaakt naar Japan voor een tv-programma. Ik was altijd gewend aan mensen om me heen en nu was ik opeens alleen. Dus je dan zit je daar alleen in het vliegtuig en de trein. Dan ben je echt letterlijk en figuurlijk op afstand. Dan zie je wat er gebeurt. Ik zag een Nederland waar op dit moment een kabinet zit waar ik me wel in kan vinden.”
En wanneer zijn de verkiezingen?
„Nou, misschien in 2012 als Wilders de stekker eruit trekt. Maar dat zie ik niet gebeuren. Dan wordt het 2014. Dat betekent een hele lange adem en ik heb al een hele lange adem gehad. Ga ik die nu gebruiken voor het land, voor m’n idealen of voor mezelf, mijn relatie, mijn kinderen, geld verdienen? Dat zijn keuzes die je makkelijker maakt als je afstand hebt kunnen nemen.”
Als u kijkt naar dit kabinet, denkt u dan wel: daar had ik premier van kunnen zijn?
„Het vorige kabinet had ik ook kunnen leiden, dan hadden we nooit dat ellendige kabinet gehad met de PvdA. Dan waren we verder geweest. Maar ja, het heeft niet zo mogen zijn. Ik kan wel in een hoekje zitten huilen: ‘Ik had premier kunnen zijn.’ Maar nee, zo ben ik niet.”
Hoe gaat u er wel mee om?
„Er komt een boek. Ik vond dat het kon. Als iemand mij tien jaar geleden had verteld wat me allemaal zou overkomen, zou ik zeggen: je hebt een gaatje in je hoofd. Maar door dat boek word ik geconfronteerd met die periode. Wat voor vunzigheid en leugens er over me geschreven zijn. Het is een emotioneel proces. Iedereen heeft acht jaar zijn zegje over mij kunnen doen en daar hebben ze zeer ruim gebruik van gemaakt. Nu is het mijn beurt.”
Dan heeft u ook dingen gezien die u graag anders had willen doen.
„Wat ik mezelf kwalijk neem is dat ik niet naar het VVD-congres ben gegaan dat over mij ging. Dat was in de periode dat Mark Rutte en ik streden om het leiderschap van de partij. Toen durfde ik niet naar dat congres te gaan, omdat ik wist dat ik daarmee de partij zou hebben gespleten. Nu denk ik: misschien was dat wel gewoon nodig. Er zijn twee stromingen in de VVD.”
U wil ook meer tijd voor uw privé-leven. Was dat nodig?
„Mijn man is jarenlang alleen thuis geweest. Hij geniet er nu van dat ik er weer ben. Dat we samen eten, dat die magnetronmaaltijden niet gebruikt hoeven te worden. Het lijkt wel een beetje alsof we elkaar opnieuw moeten leren kennen. Maar dat is alleen maar leuk. Ik zei over de politiek: ‘Het is goed zo’. Ik kan jullie verzekeren dat mijn man dat zeker in dezelfde mate heeft.''
Reacties
het ga je goed Rita! je zult een gemis zijn. ik hoop dat in de toekomst er misschien een baantje bij de PVV er in zit? je zou het stukken beter doen dan minister leers.