Uit het grote mantelzorg-fotoarchief Eén op de vier jongeren is een mantelzorger. Zoals de 15-jarige Savannah van den Brink. „Soms is mijn moeder het drammende kind en ik de verstandige volwassene.’’
„Een mantelzorger is iemand die voor een naaste zorgt, en meerdere taken op zich neemt omdat de persoon in kwestie dat moeilijk vindt of niet meer kan”, klinkt het geroutineerd. Logisch, Savannah van den Brink (15) heeft het begrip mantelzorger al ontelbare keren moeten uitleggen. Sinds de scheiding van haar ouders, vijf jaar geleden, zorgt ze voor haar moeder die lijdt aan het syndroom van Ehlers-Danlos. Dat is een ziekte waarbij de patiënt geen bindweefsel aanmaakt, pezen worden uitgerekt en botten niet op hun plaats blijven. „Mijn moeder kan maar hele kleine stukjes lopen, en alleen binnenshuis. Van de artsen mag ze dat niet eens doen, want het is te belastend. Eigenlijk moet ze 24/7 op bed liggen, maar ze wil ook voor mij zorgen”, legt Savannah uit. „Eigenlijk zorgen we voor elkaar.”
Er komt veel neer op de schouders van de VWO4-leerling. „Mijn moeder heeft goede en slechte dagen. Ik breng in ieder geval altijd het vuilnis weg, ik verzorg onze dieren, meestal hang ik de was op en haal het weer af en ik kook minstens twee keer in de week. Verder halen we altijd samen de boodschappen.”
Pittig, maar ze weet niet beter. „Ik ben enig kind en toen mijn ouders uit elkaar gingen, was alleen ik nog over om voor haar te zorgen. Natuurlijk heb ik soms geen zin of ben ik heel druk met school. Dan laten we dingen als de was maar een paar dagen liggen.”
Haar beste vriendinnen zijn er aan gewend dat het bij Savannah thuis anders is. „Alleen mensen die ik oppervlakkig ken, die nooit bij mij thuis zijn geweest, snappen soms niet dat ik uit school niet mee kan het dorp in. Maar wij hebben altijd veel vrienden over de vloer, we maken het hier gewoon gezellig. En in plaats van uitstapjes houden wij thuis feestjes.”
Toch heeft haar moeder het moeilijk met de impact die haar ziekte op Savannahs leven heeft. „Soms zijn we in het centrum en dan wil ze nog dit doen en daar naartoe, maar zie ik aan haar gezicht dat ze te veel pijn heeft. Dan zeg ik: nee joh, we gaan lekker naar huis. Dan is zij eigenlijk het drammende kind en ik de verstandige volwassene.”
De Hilversumse zegt nauwelijks gematst te worden door school vanwege haar thuissituatie, en daar is ze blij om. „Ik wil het er niet altijd over hebben met iedereen. Ik wil ook een normaal leven hebben, een normaal meisje zijn.” Als het goed gaat, doet Savannah over twee jaar eindexamen. „Ik maak me wel zorgen over hoe het in de toekomst moet met mijn moeder. Ik heb al wel een plan. Ik denk dat ik tijdens mijn studie gewoon thuis blijf wonen, en daarna steeds een tijdje weg ga, en dan weer een tijdje terug kom. Dat ik zo het echte uit huis gaan in stukjes breek.”
Voorlopig komt er op maandag en vrijdag maatschappelijke hulp. Gezellig is dat, en handig. „Ze strijken, poetsen het gasfornuis en de badkamer. Ik zou willen dat zij vaker konden komen. Dan heb ik ook wat meer tijd voor mijn huiswerk.” Savannah heeft wel plek in haar agenda ingeruimd voor sport. „Ik dans een uurtje in de week, en misschien kan ik nog een uur extra bewegen in ons buurtcentrum. Dat is leuk, maar ook belangrijk. Ik moet mijn spieren sterk houden, want ik heb dezelfde ziekte als mijn moeder. Ooit kom ik ook in een rolstoel en dat moment wil ik zo lang mogelijk uitstellen.”
Je bent niet ingelogd, klik hier om dat wel te doen: login.
Reacties
Oeps, dan klop ik het maar weer eens af als ik lees hoe moedig anderen zich door zulke situaties heen moeten slaan.
Het Zilte Nat | 10-11-11 | 11:46 | Misbruik meldenZulke mensen mogen van mij wel wat extra budget hebben voor thuiszorg.