China heeft grote ambities in de ruimte. In 2020 wil het land een man op de maan, een eigen ruimtestation en een satellietnavigatiesysteem. En het ziet er naar uit dat dat gaat lukken.
Volgend jaar moet er een verkenner op de maan landen om het oppervlak in kaart te brengen, maakte China gisteren bekend. Als de maanlanding slaagt, komt China in een select gezelschap. Tot nu toe is dat namelijk alleen de Russen en de Amerikanen gelukt. De Sovjet-Unie was in 1959 de eerste met een raket, de Verenigde Staten waren de eersten (en nog steeds enigen) met mensen. Met een man op de maan wil China vooral laten zien dat er niet met hen niet te spotten valt. Het is het ideale prestigeproject: het spreekt tot de verbeelding en het is peperduur.
China is volgens ruimte-experts snel op weg om de achterstand in de ruimte in te halen. In 1999 stuurde het land het eerste ’Hemelse Vaartuig’, Shenzhou nummer 1, de ruimte in. Zonder bemanning toen nog. De Shenzou-2 die twee jaar later het hemelse sop koos, had kleine dieren aan boord. In 2003 was de eerste taikonaut (Chinees voor astronaut) een feit en in 2008 maakten taikonauten een ruimtewandeling.
In juni dit jaar lanceerde China in de Shenzou-9 drie taikonauten, onder wie voor het eerst een vrouw. Ze slaagden erin om hun ruimtevaartuig te koppelen aan een klein ruimtelab. Dat is een lastige en ingewikkelde procedure, maar eentje die China absoluut onder de knie wil krijgen. Koppelingen, waarbij twee ruimtevaartuigen die ieder een enorme snelheid hebben héél zachtjes contact moeten maken, zijn namelijk een belangrijke stap naar het opzetten van een ruimtestation.
Behalve een man op de maan zetten is een ruimtestation namelijk ook een ambitie van China. China doet niet mee aan het internationale ruimtestation ISS en wil er in 2020 zelf eentje hebben. In dit Tiangong, ’Hemelse Paleis’, zijn pottenkijkers uit andere landen niet welkom.
Toch gaat het op zijn minst nog tien jaar duren voordat China op het niveau van Rusland of de Verenigde Staten zit. Manoeuvres als koppelen hadden de Amerikanen en Russen al in de jaren zestig onder de knie. Bovendien zijn bemande vluchten vooral bedoeld voor eigen publiek, vindt professor Rene Oosterlinck van het European Space Agency. „Het is duidelijk dat China, dat niet meedoet aan het ISS, wil laten zien dat het op eigen houtje iets vergelijkbaar kan doen.” Dat er afgelopen juni een vrouw meereisde, is volgens hem ook vooral symbolisch. „Het toont aan dat hun infrastructuur een gemengde crew aan kan. Die is meer complex omdat je bijvoorbeeld toiletten nodig hebt die beide seksen kunnen gebruiken.”
Volgens Oosterlinck zijn satellieten van veel groter strategisch belang voor het land. Met satellieten kan je namelijk een eigen global positioning system (gps) vormen, en een béétje wereldmacht heeft er een. Op dit moment hebben alleen de oude grootmachten de Verenigde Staten en Rusland zo’n satellietnavigatiesysteem. Die zijn in principe militair, maar worden in tijden van vrede ook voor burgerdoeleinden gebruikt, zoals voor je TomTom.
Omdat China als nieuwe wereldmacht onafhankelijk en overal de beste wil zijn, lanceerde het daarom vorig jaar zijn eigen satellietnavigatiesysteem. Volgens ruimtewetenschappers is dit Beidou-systeem zijn tijd ver vooruit. Zelfs het nieuwe Europese Galileo-systeem, dat in 2020 online moet komen, kan daar niet aan tippen en het komt akelig dicht in de buurt van het Amerikaanse netwerk. Naar verwachting omvat Beidou al dit jaar heel Azië en houdt het in 2020 de hele wereld in de gaten. Dan wordt het westen 24 uur per dag bekeken met hi-res beelden. Het zal wennen zijn.
Reacties
Toch gaat het op zijn minst nog tien jaar duren voordat China op het niveau van Rusland of de Verenigde Staten zit.
-
TSS, china copiert en JAT toch alles, dus die achterstand hebben ze zo ingehaald.