Liam Neeson (r) en Ewan McGregor (l) in The Phantom Menace. Niemand twijfelt er meer aan dat 3D-films het op dit moment goed doen in de bioscopen. En ook oude klassiekers die tig jaar na de première met een 3D-sausje worden overgoten, leveren aantoonbaar hun geld op (zoals vorige jaar The Lion King). Dus wachten ons de komende maanden onder meer 3D-versies van The Beauty And The Beast, Titanic en nu eerst Star Wars Episode I: The Phantom Menace.
Het probleem is echter dat het toevoegen van 3D-effecten aan een film die niet in eerste instantie met speciale camera’s is gedraaid, doorgaans maar weinig extra toegevoegde waarde biedt. De belangrijkste reden voor het succes van de re-release van bijvoorbeeld The Lion King was vooral dat de film zelf na achttien jaar nog niets aan kracht heeft ingeboet. En dat hele volksstammen de kans graag aangrepen om deze animatieklassieker in de bioscoop aan kinderen of kleinkinderen te laten zien.
Zo indrukwekkend als The Lion King na al die tijd nog steeds is, zo’n desillusie is eigenlijk het in 3D zien van The Phantom Menace, de eerste Star Wars-film uit de jongste trilogie. Zestien jaar na de eerste trilogie stond de hele wereld te dringen om in 1999 eindelijk te kunnen zien hoe de jonge Anakin Skywalker (Jake Lloyd) door Obi-Wan Kenobi (Ewan McGregor) werd uitgekozen om een Jedi-ridder te worden. En hoe Anakin uiteindelijk (in deel 2 en 3) door omstandigheden gedwongen kiest voor de ‘Dark Side’ en grote schurk Darth Vader zal worden. Met een opbrengst van 922 miljoen dollar is The Phantom Menace ook nog steeds het meest succesvolle deel uit de populaire reeks.
Het staat nog steeds buiten kijf dat regisseur Lucas een grenzeloze fantasie heeft: hij tovert het publiek het ene na het andere oogverblindende landschap voor, bevolkt door de meest bizarre wezens. En hoe gedateerd sommige scènes na dertien jaar ook ogen, als het op actie aankomt, voldoet The Phantom Menace nog steeds. De illustere podrace en het grote gevecht tussen de twee Jedi-ridders en Darth Maul weten nog steeds te boeien. Op die momenten bewijst de 3D-toevoeging ook enigszins zijn waarde.
Maar voor de rest toont het herkijken van The Phantom Menace vooral aan hoe krakkemikkig de dialogen en het acteren eigenlijk zijn. Dit werd in de eerste drie Star Wars-films (uit de jaren zeventig en tachtig) nog ruimschoots gecompenseerd door de tomeloze fantasie van Lucas en het zichtbare plezier dat de getalenteerde, charismatische acteurs (zoals Harrison Ford) hadden in het uitspreken van de vrolijke onzinteksten.
Vooral het totale gebrek aan humor zorgt er voor dat de 133 minuten die The Phantom Menace duurt anno 2012 nog veel langer voelen. En hoofdrolspelertje Jake Lloyd – die na de eerste Star Wars-film heel wijs de ambitie liet varen om een serieuze acteur te worden – heeft meer weg van een blaag in een computerhal dan van de epische held die het voornemen heeft het universum te gaan redden van al het kwade.
Score: 2/5
‘Ik ben geen Star Wars-ambassadrice’
Star Wars-personage mishandeld
Reacties
ok..
maar wat als je aan een oog blind bent.
dan kun je geen diepte waarnemen