Een modeshow duurt ruim geschat een minuut of tien. In die tien minuten moet de ontwerper laten zien wat ’ie kan. Maar aan de show gaan maandenlange voorbereidingen vooraf. Ontwerpster Winde Rienstra, die morgen op de Amsterdam Fashion Week showt, legt het uit.
Met nog twee dagen te gaan zou je denken dat de ontwerpen van Winde Rienstra netjes in plastic verpakt in het rek zouden hangen, klaar om te worden geshowd. Niets is minder waar: de Utrechtse ontwerpster, die bekend staat om haar technische hoogstandjes, zit nog midden in het proces. Ze werkt zelfs nog aan een patroon van een ontwerp dat nog in elkaar moet worden gezet. „Er moet nog heel veel borduurwerk worden gedaan. Ik hou van details, daar gaat heel veel handwerk in zitten. Dat maakt het mooier, en het is één van mijn kenmerken. Ik hou van priegelwerk.”
Het werk aan een collectie begint een maand of drie voor de bewuste showdatum. Al is Rienstra al eerder, en eigenlijk altijd, bezig met het opdoen van inspiratie. Daarvoor surft ze uren op het internet om beelden en plaatjes in een speciale map op te slaan. Daaruit selecteert ze de meest aansprekende en zo vormt zich een rode draad voor de collectie. En ook voor de volgende, vertelt ze. „Soms heb je gewoon te veel opgeslagen. Je kunt niet alles in één collectie stoppen. Dan ben ik in mijn hoofd al bezig met een volgende collectie, maar dan moet ik eerst deze nog afmaken.”
Uit de selectie van de inspiratiemap wordt het uitgangspunt van de collectie vastgesteld. Voor deze collectie zijn dat moderne nomadenstammen. „We leven in een wereld waar we vrienden over de hele wereld hebben met wie we zo met elkaar in contact kunnen komen, met dank aan internet. In mijn collectie wil ik laten zien hoe een moderne nomadische volksstam eruit ziet. Maar met veel handwerk, want dat maakte de oude volksstammen zo authentiek.”
Wat volgt is een periode van experimenteren en zoeken naar stoffen en kleuren. Rienstra staat bekend om het gebruik van hout in haar collecties. Geen gemakkelijk gebruiksvoorwerp, waar veel mallen voor moeten worden gemaakt om een uiteindelijk ontwerp te krijgen. Zit dat eenmaal op een patroon, dan kan de uiteindelijke uitvoering beginnen. Tussendoor moet er nog worden gezocht naar modellen, moet het haar en make-up worden bedacht, en schoenen erbij worden gezocht. Om uiteindelijk allemaal bij elkaar te komen in dé show. „Dat moment is echt geweldig, zelfs emotioneel. Na de show denk ik vaak: een paar minuten, het is zo gebeurd, waar doe ik het voor?” lacht de blonde ontwerpster. „Maar toch geeft het me veel, want ik doe het iedere keer weer. Er komt iets moois uit voort: reactie, pers. Daarna is het stil. Maandenlang zitten er meerdere mensen in m’n huis te werken, en na de show kom ik thuis, ben ik alleen en is het een enorme bende. Dan denk ik wel even: poeh! Vaak ga ik dan naar mijn moeder in Friesland, om bij te komen. Die rotzooi komt later wel.”
Reacties
*houten reet gevoel krijgt*
respect