Voor wie zich na drie keer puberaal zwijmelen nog steeds afvraagt hoeveel fijne clichés je precies kwijt kunt in één film: ga naar Step Up 4. De inhoud van het nieuwste dansspektakel is, mocht je op zoek zijn naar diepgang en originaliteit, wederom niet om over naar huis te schrijven. Maar daar is het deze vrolijke franchise natuurlijk ook niet om te doen.
Het welbekende boy meets girlverhaallijntje draait dit keer om de sexy Emily (Kathryn McCormick) en de stoere Sean (Ryan Guzman). Zij is een rijkeluiskindje en droomt van een carrière als professioneel danseres, hij is een doodgewone ober uit één van de hotels van haar vader. Het is lust op het eerste gezicht tijdens hun Assepoesterachtige ontmoeting op een broeierig strandfeestje. Als Sean haar later opnieuw tegen het welgevormde lijf loopt, nodigt hij haar uit om zich aan te sluiten bij zijn geheime dansformatie ’The Mob’, waarmee hij overal in Miami spontane optredens geeft. Er is echter één probleem dat tussen de tortelduifjes en een happy end in staat: Emily’s vader. Deze dure zakenman is van plan de wijk waar Sean en zijn dansvrienden wonen, plat te gooien en op die plek een toeristisch walhalla uit de grond te stampen. Emily stelt bij haar nieuwe maatjes voor om in opstand te komen met een nieuwe manier van demonstreren: de protest mob.
Na drie films zou je denken dat de Step Up-koek inmiddels wel op is. Maar dat blijkt reuze mee te vallen dankzij een kleine formulewijziging: er wordt niet langer gedanst in battles, maar ’samen tegen de rest van de wereld’. De choreografieën van de spectaculaire mobs zijn uiteraard weergaloos, en hadden eigenlijk wel zonder de net iets te gelikte montage gekund. De chemie tussen So You Think You Can Dance-winnares McCormick en voormalig model Guzman maakt het af. Met rode konen de bioscoopzaal uit.
Score: 3/5