Lapland is een van de laatste ongetemde wildernissen van Europa. In de zomer, wanneer de zon niet ondergaat, kun je in National Park Oulanka 24 uur per dag genieten van de ruige natuur.
Alleen al de ligging van Oulanka klinkt woest en onherbergzaam: in het oosten van Lapland, aan de poolcirkel, tegen de Russische grens, bij de Witte Zee. Het Nationale Park is puur natuur en bovendien het meest bijzondere van Finland, weet Jukka ‘Wolf’ Nordman. De Fin, die hier het hele jaar door te vinden is, weet alles van de natuur en de dieren die hier voorkomen.
„Het is een ‘hotspot’ van de natuur”, vertelt Nordman, die met zijn ruige baard en houthakkershemd helemaal op zijn plaats lijkt. Zowat bij elk plantje staat hij stil om iets uit te leggen. Maar vooral wat ze betekenen, wil hij benadrukken. „Kijk maar naar dit korstmos. Dat groeit alleen als er nul komma nul vervuiling is. Met andere woorden: de lucht die je hier inademt, is honderd procent puur.”
Nordman raakt nooit uitgekeken op Oulanka, bijgenaamd de ’speeltuin van de natuur’. Het landschap verandert volgens hem voortdurend. ‘s Zomers is het er vochtig en warm: ideaal voor orchideeën en mos, die zich over enorme tapijten uitstrekken. Al dat daglicht en water wordt ook zeer gewaardeerd door muggen. Het zijn er miljoenen, die met zwermen tegelijk door de bossen zoemen. Sta een paar tellen stil en je wordt finaal lek geprikt. De enige oplossing is je van top tot teen bedekken, met een muggengaas over je hoofd.
Maar tegen de herfst zijn die alweer verdwenen, weet Nordman. Dan kleurt het bos in duizenden kleuren. In de winter, wanneer het hier 40 graden kan vriezen, herken je het hier niet meer terug. „Elke boom heeft dan zo’n duizend kilo sneeuw te tillen. Ze buigen helemaal om totdat ze de grond raken.” Met het Noorderlicht erboven is het een magisch gezicht. Dan pakt hij de huskyslee – hij heeft thuis tweehonderd husky’s – en rijdt hij de wildernis in.
In Oulanka sterft het van het wild. Er komen honderden lynxen voor, duizenden elanden en tienduizenden rendieren. Maar de topattractie van Oulanka zijn bruine beren. Na een eeuw intensieve jacht waren ze bijna verdwenen. Sinds die jacht in de jaren zeventig aan banden werd gelegd, is de soort echter weer helemaal hersteld. In het grensgebied tussen Rusland en Finland leven er zo’n 1400, meer dan ooit.
Er zitten fikse exemplaren tussen, weet berenspotter Tuomo Pirttimaa, die ons opwacht aan de rand van het berengebied. Hij leidt ons naar zijn spottershut op een paar kilometer van de Russische grens. „Een volwassen mannelijke beer kan met één haal de ruggengraat van een eland doormidden klauwen”, schetst hij alvast wat we tegen kunnen komen. Maar voor mensen zijn ze ’totaal niet’ gevaarlijk, aldus Pirttimaa. Tenminste, de afgelopen eeuw is er in Finland slechts één slachtoffer gevallen, weet hij. „Een hardloopster met een iPod op, die per ongeluk tussen een berin en haar jong kwam. Ze liep bovendien tegen de wind in en op mos, zodat ze haar niet hadden geroken of horen aankomen. Als je dat vergelijkt met het aantal verkeersdoden per jaar, vind ik een beer niet gevaarlijk.”
Spiedend naar elke schaduw en dicht bij elkaar lopend, bereiken we twintig minuten later de veilige spottershut. Die kijkt uit over een route die geliefd is bij beren. Nog geen tien minuten later komt de eerste beer al het bos uitlopen, al snel gevolgd door meer. „Ze hebben trek”, legt Pirttimaa uit, die vijftig meter verderop een varkenskarkas heeft klaargelegd om de beren te lokken. „De vroege zomer is de tijd voor seks in Finland en daarna zijn ze uitgehongerd.” Inderdaad storten de beren zich één voor één op het karkas, volgens een rangorde die met dreigen en vechten wordt vastgesteld. Maar het grootste deel gaat naar een enorme berin, die niet eens de moeite hoeft te nemen om te grommen of de anderen rennen al weg. „Dat is de baas”, weet Pirttimaa. „De baas van Oulanka.”
Reacties
zomertijd = komkommertijd
het wachten is op een lang artikel over een dood vogeltje
lapland, tot daarnet helemaal vergeten dat dat land ook nog bestaat