Met SO Choco heeft Nederland er weer een nieuw chocolademerk bij: repen met smaken als vijgen, viooltjes en peren. Voor chocolatier en bedenker Luka Fojkar is er niets dat hij niét weet over het voedsel van de goden, zoals het ook wel wordt genoemd.
Nee, Luka Fojkar is niet van obese omvang. Nee, hij eet ook geen kilo’s chocolade per dag, maar een gram of vijftig. Ja, hij vindt het nog steeds lekker. Nee, hij zal er niet snel genoeg van krijgen. Het zijn de vragen die de Sloveense chocolatier, als iemand met één van ’s wereld meest begerenswaardigste banen, dagelijks voor zijn kiezen krijgt. Een mentaal medicijn noemt hij het snoepgoed, dat je volgens Maya’s en de Azteken speciale krachten geeft. „Het heeft veel goede ingrediënten. En het heeft een smaak die je iedere dag wel wilt proeven, het is als een heerlijke gewoonte. Je eet het als je gelukkig bent, om te vieren. Maar ook als je verdrietig bent, om te troosten.”
Alhoewel Fojkar het bruine goed liever niet als eten bestempelt: „Zie het als een goede wijn, of wodka. Met een heel speciale smaak die je echt moet beleven.”
Apfelstrudel
In de nieuwe lijn komt chocolade met fruit als peren en aardbeien samen, maar ook met minder voor de hand liggende ingrediënten als apfelstrudel en vijgen. Er is nauwelijks een ingrediënt dat hij niet met chocolade heeft gecombineerd, of er op z’n minst aan heeft gedacht dat te doen. De eerder genoemde viooltjes en vijgen dus, maar er is ook chocolade met zout uit zijn handen gekomen. En momenteel werkt hij, speciaal voor Nederland, aan chocolade met tulpen. „Mensen zoeken toch steeds naar iets nieuws”, weet hij. „En chocolade met een smaakje blijft langer hangen in de mond.” Toch is niet iedere combi mogelijk. Want hoewel hij het heeft geprobeerd, het bruine snoepgoed en sterke kaas werd ’m niet. Rode peper of zout dan weer wel. „Tegenovergestelde smaken werken goed. En het ingrediënt moet heel sterk zijn, want het moet de sterke smaak van cacao kunnen aanvullen.”
Er zijn meer weetjes die Fojkar graag met de chocoladeliefhebber deelt. Zo kun je zelf merken of de chocolade te warm was toen hij in de mal werd gegoten. Dan smelt ’ie niet in de mond, maar valt ’ie uiteen in stukjes. En: bewaar chocolade nóóit in de koelkast. „Bewaren bij een temperatuur van 20 tot 22 graden”, raadt de kenner aan. „Anders slaat het wit uit en verliest het zijn smaak.” Nog een tip: eet maar 50 tot 60 gram per dag, zeg bijna een normale reep. „Door meer te eten, proef je de smaak niet meer zoals hij is bedoeld. Bovendien krijg je anders een enorme drang naar suiker.” Tot slot bestaat er ook een handleiding voor het eten van chocolade: „Niet bijten, niet kauwen. Laat het smelten in je mond. Ook dit komt de smaak ten goede.”
Reacties
Al die onzin met smaakjes moet ik niets van hebben. Chocolade hoeft niet naar tulp of viooltjes te smaken, of naar kerrie (heb ik wel eens geproefd, vond het helemaal niks). Ik heb graag chocolade die naar chocolade smaakt, zoals ik ook graag thee drink die naar thee smaakt en niet naar aardbeien uit de chemische fabriek of andere parfum.
En ik kauw altijd wel graag op een stukje chocolade: door een groter stuk even stuk te kauwen en fijner te verdelen vergroot je het smeltende oppervlak en wordt de smaak veel intenser.
Inderdaad. Niemand zit te wachten op met vliegenzwam gemarineerde bosviooltjes thee omdat het weleens positief zou kunnen zijn voor de darmflora. Dus ook niet dit soort onzin chocolade.