Als je hoort dat Robert De Niro in een thriller de rol speelt van blinde, mogelijk boosaardige helderziende, dan kun je aan je water voelen dat je hier hoogstwaarschijnlijk niet op een briljant stukje cinema bent gestuit. En inderdaad: Red Lights is tamelijk pompeus en - erger nog - niet zo eng.
Jammer, want de acteurs die zich lieten inhuren voor deze film, zijn in staat tot veel moois. Niet alleen De Niro die niet voor niets een levende legende is, al maakte hij de laatste jaren een aantal prutfilms, maar ook veterane Sigourney Weaver en de jonge, getalenteerde Cillian Murphy en Elizabeth Olsen. Regisseur Rodrigo Cortés leverde vorig jaar bovendien de claustrofobische nachtmerrie Buried af, en liet daarmee zien dat hij het wel degelijk kan, een spannende thriller maken.
Met Red Lights slaat hij echter de plank flink mis.
Weaver en Murphy spelen twee psychologen, dr. Margaret Matheson en dr. Tom Buckley, die zich hebben gespecialiseerd in het wetenschappelijk onderzoeken van paranormale verschijnselen en het ontmaskeren van zelfverklaarde helers, spirituele gidsen en helderzienden. Hun professionele vriendschap, waarbij Margaret de rol van mentor inneemt en Tom die van ambitieuze jonge hond, komt echter onder druk te staan als het ooit roemruchte medium Simon Silver dertig jaar na zijn vroegtijdige pensioen terugstapt in de spotlights.
Tom kan niet wachten om deze man te pakken te nemen, maar Margaret is vreemd terughoudend. En al snel ontdekt hij waarom: Silver is geen blinde bejaarde om zonder handschoenen aan te pakken. Grote vraag: is Silver inderdaad de gewetenloze bedrieger waar Tom en Margaret hem voor houden? Of is er toch meer tussen hemel en aarde, iets dat behoorlijk kwaadaardig kan zijn?
Het uitgangspunt van sceptici die hun neus in een bovennatuurlijk wespennest steken, kan best een spannend verhaal opleveren. In Red Lights wordt een onzinnig plot echter gekoppeld aan een veel te serieuze, beladen toon, waardoor het resultaat een beetje belachelijk wordt. De manieren die Cortés gebruikt om zijn kijkers schrik aan te jagen, komen bovendien allemaal uit het beginnershandboek voor thrillermakers. Een plotseling rinkelende telefoon, onverwacht gebons op een autoraam, het gezicht van de slechterik dat opeens in de spiegel verschijnt: we hebben het honderden keren eerder gezien.
Het eerste uur is dat alles nog te redelijk verdragen, vooral dankzij de altijd fantastische Weaver en haar twee jonge tegenspelers. De clou die Cortés verzon, doet de film echter definitief de das om: zo idioot zagen we het zelden, zelfs niet bij M. Night Shyamalan, door wie deze film duidelijk is geïnspireerd. En dat zegt genoeg.