Adrien Brody droomde er vroeger van om zijn brood te kunnen verdienen als acteur. Nu behoort hij tot de top van Hollywood, heeft hij een Oscar op zak en kan hij kritisch zijn over welke films hij niet of wel doet. Tot die laatste categorie behoort Detachment, waarin hij een bevlogen leraar speelt. „De wereld zou er beter uitzien als mensen iets minder ongeduldig waren.”
Een gesprek met Adrien Brody is niet iets dat je op de automatische piloot kan doen. De 39-jarige acteur wil graag de tijd nemen om met de pers over zijn nieuwste film te praten, zolang de journalisten hem maar serieus en met respect benaderen. Onder die voorwaarden gaat Brody - die een paar jaar geleden een Oscar won voor oorlogsdrama The Pianist - graag de diepte in over zijn rol in het even rauwe Detachment, als docent op een achterstandsschool in New York.
Luxepositie
„Ik zit in een luxepositie”, knikt Brody. „Ik krijg de laatste jaren genoeg aanbiedingen om alleen maar projecten te kiezen waar ik helemaal achter sta. En dat zijn eigenlijk allemaal films die het publiek iets duidelijk proberen te maken. Die iets ten goede in de wereld willen veranderen.” The Pianist - een film die waarschuwt voor de verregaande gevolgen van intolerantie - behoort tot die categorie. En dat geldt ook voor Detachment, dat de noodklok luidt over het feit dat het gebrek aan aandacht voor goed onderwijs ervoor zorgt dat een groot deel van de jongste generatie stuurloos richting toekomst gaat.
„Er zijn zoveel kinderen die thuis geen richting of doel mee krijgen”, stelt Brody. „Die zijn volledig aangewezen op sturing door hun docenten, een beroepsgroep waarop continue wordt beknibbeld en bezuinigd.” De jeugd leert meer van televisie en internet, dat hen een vertekend beeld van de werkelijkheid voorschotelt. „Volwassenen kunnen veel teksten of boodschappen relativeren. Maar tieners hebben die gave nog niet. Die beseffen bijvoorbeeld nog niet dat het winnen van een talentenjacht op televisie niet de gouden bergen oplevert die dat soort programma’s hen wel voorschotelt.”
Jongeren
De Oscarwinnaar praat veel met jongeren die hopen dat zij - net als hij - succesvol kunnen worden in de Amerikaanse entertainmentindustrie. „Ze hebben echter als doel voor ogen om een ster te worden, zonder ook maar één seconde te bedenken dat mensen als George Clooney of Brad Pitt ook jarenlang hard hebben gewerkt om te komen waar ze nu zijn”, legt de acteur uit. „Bovendien vertegenwoordigen zij slechts 0,1 procent van alle acteurs in Amerika. De rest leeft onder het minimumloon en moet in de avonduren bijverdienen als kelner of taxichauffeur. Maar die verhalen vertellen de showbizzprogramma’s er nooit bij.”
Zelf was Brody toen hij jong was óók naïef en rebels, erkent hij direct. „Maar ik had wel ouders die mij probeerden bij te sturen”, voegt hij daar aan toe. Dat zij altijd gelijk hadden, besefte de acteur overigens pas later. „Mijn vader wist bijvoorbeeld uit eigen ervaring hoe verslavend roken was. En hij had me daar meerdere malen voor gewaarschuwd.” Op zijn 18e speelde Brody een rol waarvoor hij heel veel moest roken. Na de opnames bleef hij een paar pakjes per dag wegpaffen. „Pas op dat moment besefte ik voor het eerst in mijn leven dat volwassenen het soms écht beter weten. Mensen met meer levenservaring hebben over het algemeen meer wijsheid in pacht. Jongeren zijn niet bang voor hun sterfelijkheid omdat ze geen enkel perspectief hebben dat daar aanleiding toe geeft.”
Vader
De hoofdrolspeler moest tijdens het opnemen van Detachment sowieso erg vaak denken aan zijn vader die zijn leven lang docent is geweest. „De film is voor mij bijna een hommage aan hem. Als er één les is geweest die hij mij heeft geleerd, dan is het om geduldig te zijn. De wereld zou een betere plaats zijn als mensen wat minder ongeduldig probeerden te zijn. Ongeduld komt vaak voort uit een gebrek aan begrip en leidt tot dingen en uitspraken waar mensen later vaak spijt van hebben.”
Geduld is ook het sleutelwoord bij het opvoeden van kinderen, stelt de acteur. „Dat heb ik geleerd van mijn ouders”, vertelt hij liefdevol. „Zij hebben mij altijd aangemoedigd, zelfs al dachten ze misschien dat ik beter iets anders kon gaan doen dan acteren. Als kind moet je de kans krijgen heel veel mogelijkheden te verkennen. De leukste mensen die ik ken, hadden allemaal zulke ouders. Of anders wel een docent die ze inspireerde en een zetje in de juiste richting heeft gegeven.”